The return of the mice
Afgelopen dinsdagavond arriveerde ik thuis en zette ik mijn tas op de grond in mijn slaapkamer. Terwijl ik mijn jas uittrok zag ik vanuit mijn ooghoek bij het voeteneind van mijn bed iets bewegen. Een motvlinder misschien, die door het open raam naar binnen was gevlogen? Ik tilde mijn sprei op, die achter het bed op de grond was gevallen. Niks motvlinder. Twee kraaloogjes keken me aan. Ik riep ‘Nee! Nee! Niet weer! Ik wil niet’ en sprong een paar keer op en neer. De kraaloogjes keken onverstoorbaar. Ongeveer een minuut lang keken muis en ik elkaar aan, allebei niet tevreden over elkaars aanwezigheid. Terwijl ik een plan probeerde te maken (waarmee kon ik de muis vangen?) vertrok hij naar de keuken en verdween onder de koelkast.
De volgende dag dus weer het stof van mijn muizenvallen geveegd en ze op strategische plekken in stelling gebracht. Twee dagen zonder activiteit op het muizenfront verstreken. Nadat ik vrijdagavond een bezoekende vriendin had uitgezwaaid, liep ik weer naar boven en keek uit automatisme naar de val. De kaas lag onaangeroerd. Een half uur later wou ik naar bed gaan. Onderweg naar de badkamer keek ik weer naar de val. En ik keek nog eens: de val was leeg. Geen muis, maar ook geen kaas meer. Mopperend op de muis die zo brutaal was de kaas uit de val te eten, terwijl ik nota bene in een kamer een paar meter verderop zat, legde ik nieuwe kaas in de val en zette ik de val nog scherper dan eerst.
Weer verstreek een dag. Na een feestje kwam ik laat thuis. Ik liep de keuken binnen en keek naar de geplaatste vallen. Nou ja, ik keek naar de plek waar de muizenval gestaan had, maar waar wás de val? Behoedzaam liep ik naar de plaats van de vermissing. Ik keek onder de koelkast: geen val. Ik keek onder de vriezer: geen val. Ik keek achter de emmers: geen val. Tot ik achter me een geluid hoorde. En ja, daar lag de val, mèt muis dit keer. Een levende wel te verstaan.
Dit vergde een nieuwe tactiek. Bang dat de muis zou kunnen bijten trok ik operatiehandschoentjes (speciaal voor dit doel aangeleverd door een vriendin, waarvoor dank) aan en pakte ik de hamer. Ik overwoog of ik de muis de genadeklap zou geven. Hoewel hem dat uit zijn lijden zou kunnen verlossen, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen. Voorzichtig draaide ik de val om met de hamer. De muis, die ik voor bijna dood had aangezien, bleek nog springlevend en begon fanatiek door de keuken te kruipen, de val meeslepend om zijn kop. Ik nam een teiltje en schoof de muis, compleet met val, erin en ging naar buiten. Ik overwoog of ik de muis in de steeg zou achterlaten in de val, maar ook dat voelde te wreed.
Ik besloot de muis zijn vrijheid terug te geven – op veilige afstand van mijn eigen huis. Zo wandelde ik dus, tegen een uur of één ’s nachts over straat: operatiehandschoentjes aan, een hamer en een tang onder de arm en een teiltje met muis-in-val in handen. Dit fraaie schouwspel ging door tot op een substantiële afstand – geheel volgens het principe ‘not in my backyard’ – van mijn huis. Met de tang hield ik de val vast, terwijl ik met de klauw van de hamer de val losmaakte. De muis sprintte weg. De eerste stappen die de muis in zijn nieuw verworven vrijheid zetten waren enigszins uit koers, maar daarna ging hij met grote spoed en in een rechte lijn de bosjes in, op weg naar zijn nieuwe levensgeluk.

2 May 2011 at 00:40
Briljant! En uitermate trots!
(Wat zal de dierenbescherming blij met je zijn.)
2 May 2011 at 15:20
Waar is het fotomateriaal!
Dit had ik wel willen zien…:)
5 May 2011 at 00:55
Ik sluit mij helemaal bij Jitske aan.