Jacht
Na het opruimen van mijn boodschappen haalde ik een doekje over het aanrecht. De broodkruimels en de hagelslag veegde ik in de gootsteen en ik maakte aanstalten om te gaan koken. Wacht eens… Hagelslag? Merkwaardig. Ik had al in geen maanden hagelslag gegeten. Ik richtte mijn aandacht op de korreltjes en een onbehaaglijk gevoel bekroop me. Tot ik het ventilatiegat boven het aanrecht zag. Natuurlijk, een paar keer per jaar als het heel hard waait vallen er een paar kleine onbestemde zwarte dingetjes uit dat gat op het aanrecht. En het waaide die dag. Opgelucht en tevreden met de verklaring, kookte ik een smakelijke maaltijd.
De volgende avond trof ik echter nieuwe zwarte objectjes aan. Bezorgd herinnerde ik me dat de dag vrijwel windstil was geweest en dat er van zware herfststormen, die voor kleine zwarte korreltjes uit mijn ventilatiegat hadden kunnen zorgen, zeker geen sprake was geweest. Ik besloot het bestaan van de zwarte korreltjes te ontkennen en poetste nogmaals nadrukkelijk mijn aanrecht.
De volgende morgen kwam ik tot de conclusie dat een paar boterhammen in een zakje zich in de nacht zelfstandig over het aanrecht hadden verplaatst. Bovendien ontbrak er een substantieel stuk uit het brood.
De ontkenningsfase was voorbij en ik gaf mijn struisvogelpolitiek op. Het was tijd voor actie. Met adviezen van een vriendin, die eveneens een ongewenste huisgenoot had, stelde ik een actieplan op. Ik investeerde een euro in twee muizenvallen en al spoedig prijkten die gewapend met een blokje kaas op strategische plekken op mijn aanrecht . Enkele dagen gingen voorbij. Er werd niks gevangen, maar er verschenen ook geen nieuwe zwarte korreltjes. Voor de verdachte geluiden achter de schuine wand naast mijn bed, leek ‘negeren’ me veruit de beste tactiek. Langzaam begon ik te geloven dat de muis met de noorderzon vertrokken was. Ook de volgende ochtend was de muis weer in geen velden of wegen te bekennen. Helaas gold dat ook voor de kaas.
Met mijn lotgenote hield ik nieuwe tactiekbesprekingen. Aangezien zij te kampen heeft met een muis die er zelfs in slaagt de val 40 centimeter te verplaatsen om hem vervolgens onder de oven te klemmen, zodat die niet meer dicht kan klappen en de kaas zonder risico genuttigd kan worden, beschouw ik haar als een grote expert op dit vlak. Gifkorrels zou de volgende stap zijn.
Toen ik thuiskwam en een aanrecht vol kleine zwarte units aantrof, besloot ik het nog één keer te proberen de muizenval. Ik klemde een gekonfijte aardbei in de muizenval en ging slapen. De volgende ochtend stapte ik nietsvermoedend in pyjama mijn keuken binnen. Wat was dat? Lag daar iets op de grond? Snel pakte ik mijn bril en sloop behoedzaam de keuken in. Inderdaad, het slachtoffer zat in de val. Met zijn bekje nog op de gekonfijte aardbei keek hij me met zijn levenloze kraaloogjes verwijtend aan: ‘Zie je niet hoe schattig en aaibaar ik ben?’.
Ik keek op de klok, pas 6.40 en nu al gewetenswroeging.

10 December 2010 at 17:36
Mooi geschreven. Muizen behoren niet in huizen.
10 December 2010 at 21:32
Oooooh!
Wat wreed!