The return of the mice

Afgelopen dinsdagavond arriveerde ik thuis en zette ik mijn tas op de grond in mijn slaapkamer. Terwijl ik mijn jas uittrok zag ik vanuit mijn ooghoek bij het voeteneind van mijn bed iets bewegen. Een motvlinder misschien, die door het open raam naar binnen was gevlogen? Ik tilde mijn sprei op, die achter het bed op de grond was gevallen. Niks motvlinder. Twee kraaloogjes keken me aan. Ik riep ‘Nee! Nee! Niet weer! Ik wil niet’ en sprong een paar keer op en neer. De kraaloogjes keken onverstoorbaar. Ongeveer een minuut lang keken muis en ik elkaar aan, allebei niet tevreden over elkaars aanwezigheid. Terwijl ik een plan probeerde te maken (waarmee kon ik de muis vangen?) vertrok hij naar de keuken en verdween onder de koelkast.

De volgende dag dus weer het stof van mijn muizenvallen geveegd en ze op strategische plekken in stelling gebracht. Twee dagen zonder activiteit op het muizenfront verstreken. Nadat ik vrijdagavond een bezoekende vriendin had uitgezwaaid, liep ik weer naar boven en keek uit automatisme naar de val. De kaas lag onaangeroerd. Een half uur later wou ik naar bed gaan. Onderweg naar de badkamer keek ik weer naar de val. En ik keek nog eens: de val was leeg. Geen muis, maar ook geen kaas meer. Mopperend op de muis die zo brutaal was de kaas uit de val te eten, terwijl ik nota bene in een kamer een paar meter verderop zat, legde ik nieuwe kaas in de val en zette ik de val nog scherper dan eerst.

Weer verstreek een dag. Na een feestje kwam ik laat thuis. Ik liep de keuken binnen en keek naar de geplaatste vallen. Nou ja, ik keek naar de plek waar de muizenval gestaan had, maar waar wás de val? Behoedzaam liep ik naar de plaats van de vermissing. Ik keek onder de koelkast: geen val. Ik keek onder de vriezer: geen val. Ik keek achter de emmers: geen val. Tot ik achter me een geluid hoorde. En ja, daar lag de val, mèt muis dit keer. Een levende wel te verstaan.

Dit vergde een nieuwe tactiek. Bang dat de muis zou kunnen bijten trok ik operatiehandschoentjes (speciaal voor dit doel aangeleverd door een vriendin, waarvoor dank) aan en pakte ik de hamer. Ik overwoog of ik de muis de genadeklap zou geven. Hoewel hem dat uit zijn lijden zou kunnen verlossen, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen. Voorzichtig draaide ik de val om met de hamer. De muis, die ik voor bijna dood had aangezien, bleek nog springlevend en begon fanatiek door de keuken te kruipen, de val meeslepend om zijn kop. Ik nam een teiltje en schoof de muis, compleet met val, erin en ging naar buiten. Ik overwoog of ik de muis in de steeg zou achterlaten in de val, maar ook dat voelde te wreed.

Ik besloot de muis zijn vrijheid terug te geven – op veilige afstand van mijn eigen huis.  Zo wandelde ik dus, tegen een uur of één ’s nachts over straat: operatiehandschoentjes aan, een hamer en een tang onder de arm en een teiltje met muis-in-val in handen. Dit fraaie schouwspel ging door tot op een substantiële afstand – geheel volgens het principe ‘not in my backyard’ –  van mijn huis. Met de tang hield ik de val vast, terwijl ik met de klauw van de hamer de val losmaakte. De muis sprintte weg. De eerste stappen die de muis in zijn nieuw verworven vrijheid zetten waren enigszins uit koers, maar daarna ging hij met grote spoed en in een rechte lijn de bosjes in, op weg naar zijn nieuwe levensgeluk.

1 May 2011
By on 20:14
Jacht

Na het opruimen van mijn boodschappen haalde ik een doekje over het aanrecht. De broodkruimels en de hagelslag veegde ik in de gootsteen en ik maakte aanstalten om te gaan koken. Wacht eens… Hagelslag? Merkwaardig. Ik had al in geen maanden hagelslag gegeten. Ik richtte mijn aandacht op de korreltjes en een onbehaaglijk gevoel bekroop me. Tot ik het ventilatiegat boven het aanrecht zag. Natuurlijk, een paar keer per jaar als het heel hard waait vallen er een paar kleine onbestemde zwarte dingetjes uit dat gat op het aanrecht. En het waaide die dag. Opgelucht en tevreden met de verklaring, kookte ik een smakelijke maaltijd.

De volgende avond trof ik echter nieuwe zwarte objectjes aan. Bezorgd herinnerde ik me dat de dag vrijwel windstil was geweest en dat er van zware herfststormen, die voor kleine zwarte korreltjes uit mijn ventilatiegat hadden kunnen zorgen, zeker geen sprake was geweest. Ik besloot het bestaan van de zwarte korreltjes te ontkennen en poetste nogmaals nadrukkelijk mijn aanrecht.

De volgende morgen kwam ik tot de conclusie dat een paar boterhammen in een zakje zich in de nacht zelfstandig over het aanrecht hadden verplaatst.  Bovendien ontbrak er een substantieel stuk uit het brood.

De ontkenningsfase was voorbij en ik gaf mijn struisvogelpolitiek op. Het was tijd voor actie. Met adviezen van een vriendin, die eveneens een ongewenste huisgenoot had, stelde ik een actieplan op. Ik investeerde een euro in twee muizenvallen en al spoedig prijkten die gewapend met een blokje kaas op strategische plekken op mijn aanrecht . Enkele dagen gingen voorbij. Er werd niks gevangen, maar er verschenen ook geen nieuwe zwarte korreltjes. Voor de verdachte geluiden achter de schuine wand naast mijn bed, leek ‘negeren’ me veruit de beste tactiek. Langzaam begon ik te geloven dat de muis met de noorderzon vertrokken was. Ook de volgende ochtend was de muis weer in geen velden of wegen te bekennen. Helaas gold dat ook voor de kaas.

Met mijn lotgenote hield ik nieuwe tactiekbesprekingen. Aangezien zij te kampen heeft met een muis die er zelfs in slaagt de val 40 centimeter te verplaatsen om hem vervolgens onder de oven te klemmen, zodat die niet meer dicht kan klappen en de kaas zonder risico genuttigd kan worden, beschouw ik haar als een grote expert op dit vlak. Gifkorrels zou de volgende stap zijn.

Toen ik thuiskwam en een aanrecht vol kleine zwarte units aantrof, besloot ik het nog één keer te proberen de muizenval. Ik klemde een gekonfijte aardbei in de muizenval en ging slapen. De volgende ochtend stapte ik nietsvermoedend in pyjama mijn keuken binnen. Wat was dat? Lag daar iets op de grond? Snel pakte ik mijn bril en sloop behoedzaam de keuken in. Inderdaad, het slachtoffer zat in de val. Met zijn bekje nog op de gekonfijte aardbei keek hij me met zijn levenloze kraaloogjes verwijtend aan: ‘Zie je niet hoe schattig en aaibaar ik ben?’.

Ik keek op de klok, pas 6.40 en nu al gewetenswroeging.

 

 

9 December 2010
By on 23:03
Vriezer

Mijn koelkast, een oud exemplaar dat achtereenvolgens mijn oma en mijn nicht is geweest, heeft een vriesvakje. En hoewel dit vriesvakje de kunst van het ijs maken uitstekend verstaat, is het niet in staat om ook maar iets te bevriezen of bevroren te houden. Ik functioneer dus al geruime tijd zonder diepvries en begin dit steeds onhandiger te vinden. Het was dan ook een mooie optie om het kleine, compacte vriezertje van mijn stiefzus over te nemen.

Mijn stiefvader tilde de vriezer in de kofferbak van mijn rode brik en tevreden vertrokken de vriezer en ik naar huis. Onderweg beraadde ik me op een plan om de vriezer in mijn huis te krijgen, want om in mijn huis te komen moet je eerst twee trappen omhoog. Twee dagen later, op maandag, zou een vriendin komen eten. Dat was handig, bedacht ik me, want samen konden we de vriezer wel naar boven dragen. Dinsdagochtend kwam ik bij mijn auto en de vriezer staarde me vanuit de kofferbak verwijtend aan. Met mijn carpoolcollega en de vriezer vertrok ik dus naar mijn werk. Dinsdagavond vroeg ik een vriend, die elke dag op weg naar zijn werk langs mijn huis fietst, of hij wellicht later in de week me even kon helpen mijn vriezer naar boven te dragen. Het speet hem, maar helaas waren de beide voorgestelde dagen niet mogelijk.

De vriezer reisde dus de rest van de week mee. Hij stond met me in de file bij Sneek, hij stond te wachten op de carpoolplaats bij de Afsluitdijk, hij mocht mee naar Leeuwarden, hij was getuige van de doodenge manoeuvre op de snelweg toen al het verkeer voor me onverwachts remde en het weekend dat ik op excursie was verbleef hij op de pakeerplaats. Inmiddels werd ik immuun voor de aanwezigheid van mijn vriezer in de kofferbak. Toen mijn carpoolcollega na anderhalve week opmerkte 'Ah, je vriezer is ook nog steeds mee, he?', verzekerde ik haar dat ik in het aankomende weekend vriendinnen over de vloer kreeg die me wel even konden helpen de vriezer naar boven te sjouwen.

De daaropvolgende zondag, toen de vriezer al ruim twee weken in de kofferbak huisde en nadat hij mee was geweest naar de kerk zouden een vriendin en ik hem naar boven sjouwen. Ik kon mijn brik op een plekje recht voor de deur parkeren, blokkeerde de deur zodat die open bleef staan en stond naast de open kofferbak. Eerst maar eens proberen de vriezer uit de kofferbak te halen. Ik tilde de vriezer op en droeg hem naar de voordeur en naar de trap. Daar aangekomen bleek dat de vriezer gemakkelijk door een vrouw alleen een trap op kon worden gedragen. Bovenaan de trap keek de vriezer triomfantelijk en lachte me – in stilte – heel hard uit.

1 October 2010
By on 09:42
Terugkeer

Terwijl ik het drukverschil in mijn oren voel werp ik eenblik uit het raampje. Voor het eerst sinds drie uur is er wat uitzicht. Tussende wolken door zie ik een land dat perfect in vakjes is verdeeld. Over elkstukje land is nagedacht. Een uurtje later rijd ik over de snelweg en zie inéén oogopslag meer verkeer dan ik in de afgelopen weken op een hele dag heb gezien.Ik blijf naar buiten kijken en het landschap intrigeert me. Er is geen reliëfvan enige betekenis te bespeuren. Hoewel vlak, zijn toch de vergezichten veelminder dan ik inmiddels gewend was. Overal staan bomen die je uitzichtbelemmeren en kilometers ver kijken is er hier echt niet bij.

Op het station stap ik uit de auto en neem ik afscheid vanmijn reisgenote. Mijn backpack zwaai ik op de rug en nadat ik de heupband heb vastgeklikt herschik ik het IJslandsevlaggetje aan mijn tas een beetje. Dat pak ik ook mijn dagrugzak op en loop naarhet juiste perron. Het is bewolkt en de gemiddelde Nederlander vond het met de21 C warm na de hittegolf van de afgelopen weken. Ik daarentegen vind het warm.De warmste uitschieter naar boven in de afgelopen dertien dagen was er een van17 C. Een stukje westelijker was het toen nóg warmer. Met wel 20 C in Reykjavikbesloot de plaatselijke middenstand de winkels te sluiten. Wat een warmte!

’s Avonds heb ik me weer geïnstalleerd in mijn huis, dat voorzienis van luxe artikelen als een waterkoker die het mogelijk maakt binnen lutteleminuten een kop thee voor je te hebben staan, een douche waar warm water zonderzwavellucht uit komt en een kast vol schone handdoeken en kleren. Toch kijk ikraar tegen alles aan wanneer het begint te schemeren. Waar je op IJslandmiddenin de nacht nog een steeds zonder lamp een boek in je tent kunt lezen,wordt het in Nederland ’s avonds donker. Raar land.

Inmiddels ben ik weer aardig geacclimatiseerd. Ik verkeernog wel in staat van oorlog met mijn biologische klok, waardoor gedurende de afgelopenweek nachten van 3 à 4 uur slaap afgewisseld worden met nachten van 12 en 14uur slaap. Alle nachten samen leverden wel een gemiddeld aantal uren slaap van7,85 uur per nacht op. Perfect toch?

31 July 2010
By on 13:14
Slapen?

<!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:"Cambria Math"; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:roman; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1107304683 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Verdana; panose-1:2 11 6 4 3 5 4 4 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:536871559 0 0 0 415 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:""; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0cm; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoPapDefault {mso-style-type:export-only; margin-bottom:10.0pt; line-height:115%;}@page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>

Soms zeggen mensen van mij dat ik een spraakzaampersoon ben. Als ik de overlevering – bestaande uit ondertussen een grootaantal personen die ooit bij mij gelogeerd hebben of met wie ik in een tentgekampeerd heb – mag geloven, is dat ’s nachts niet anders. Bij menig ontbijtwerd ik dan ook geciteerd.

‘Wil je mij de tentstokken even aangeven?’, waarna ikde tentopzetters begon te commanderen hoe ze het beter konden doen. Terinformatie: de avond ervoor had ik drie tenten opgezet. Ik scheen er nog bij telachen ook.

Of de keer dat ik rechtop op mijn luchtbed zat met hetlevendige beeld van de waterval die we ’s middags bezocht hadden nog voor ogen enschreeuwde ‘De man, de man, hij valt van de rots! Zie je de man niet?’.

Of in een koude nacht ergens in Frankrijk. ‘Ga degasflesjes pakken!’ Mijn reisgenote, nog half in slaap, maar ook verbaasd watik om 4 uur ’s nachts met de gasflesjes zou willen: ‘De gasflessen?’ ‘Ja, pak degasflessen uit de voortent. De gasflessen waar je warm van wordt’. Tja, het waseen koude nacht.

Ongeëvenaard hoogtepunt uit de serie, of in ieder gevalmijn persoonlijke favoriet, is toch wel de nachtelijke uitroep tijdens eenkampeervakantie in Zweden: ‘het rent rondjes om de tent en het heeft een gewei’.

Soms ook zeggen mensen mij dat ik een actief persoonben. Ook dit lijkt ’s nachts zijn doorwerking te hebben. Met name als ikgezeild heb kan ik ’s nachts bijzonder actief worden. Dan zit ik op mijn boot(lees: het bed) en ben ik er van overtuigd dat we hard tegen de steiger aanzullen varen. De keren dat ik wakker werd terwijl ik het bed van de muurprobeerde af te houden zijn niet op de vingers van één hand te tellen.

Ook ben ik er al eens in geslaagd ’s nachts mijn wekkerte ontmantelen. Ik werd wakker omdat ik met mijn schouder op iets hards lag. Inmijn slaap had ik de stekker uit het stopcontact getrokken. Maar goed,misschien wordt dat gecompenseerd door de aantal keer dat ik ’s nachts opstondnadat ik bijvoorbeeld om 2.00 uur zeer geloofwaardig had gedroomd dat mijnwekker ging.

Een jaar of twee geleden werd ik rond half 6 wakker vaneen smsje van een kennis ‘Waarom bel je om half 6 in de ochtend?’. Ik was ingrote verbazing. Hoe komt hij bij zo’n raar denkbeeld? Een nader onderzoek in degesprekslijst van mijn telefoon wees uit dat ik hem inderdaad gebeld had. Inmijn slaap.

Nee, ik verbaas mezelf niet meer zo snel met mijnnachtelijke activiteiten. Toch keek ik vanmorgen raar op toen ik – hoewel metvolledige zekerheid kan zeggen dat ik was gaan slapen met een grijs spagettihemdjeaan – wakker werd met een mooie blauwe trui aan.

 

 

26 April 2010
By on 18:29
Lunch

&lt;!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:&quot;Cambria Math&quot;; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:1; mso-generic-font-family:roman; mso-font-format:other; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:0 0 0 0 0 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:&quot;&quot;; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0cm; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:&quot;Calibri&quot;,&quot;sans-serif&quot;; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:&quot;Times New Roman&quot;; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:&quot;Times New Roman&quot;; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoPapDefault {mso-style-type:export-only; margin-bottom:10.0pt; line-height:115%;}@page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–&gt;&lt;!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:&quot;Cambria Math&quot;; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:1; mso-generic-font-family:roman; mso-font-format:other; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:0 0 0 0 0 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:&quot;&quot;; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0cm; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:&quot;Calibri&quot;,&quot;sans-serif&quot;; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:&quot;Times New Roman&quot;; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:&quot;Times New Roman&quot;; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoPapDefault {mso-style-type:export-only; margin-bottom:10.0pt; line-height:115%;}@page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–&gt;<!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:"Cambria Math"; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:roman; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1107304683 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Verdana; panose-1:2 11 6 4 3 5 4 4 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:536871559 0 0 0 415 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:""; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0cm; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:Calibri; mso-fareast-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoPapDefault {mso-style-type:export-only; margin-bottom:10.0pt; line-height:115%;}@page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>

Ik geef mijn kaartje aan de dame en zij scheurt er éénvan de vijf bonnetjes vanaf en dan lopen mijn reisgenote en ik vol verwachtinghet terrein op. In een blouse met korte mouwen stel ik mijn bleke wintervel blootaan de eerste heerlijke zonnestralen van dit jaar. Gewapend met mijn cameraloop ik de treden op tot ik een goed overzicht heb over het amphitheater. Wateen mooie plek! Tevreden zit ik in de zon en diep ik uit mijn – zoals die vanelke vrouw – tas vol met onsamenhangende spullen ‘die altijd van pas kunnenkomen’ een banaan op. Na de eerste hap hoor ik protest met een Grieks accent ‘noeating!’. Me afvragend welke schade mijn banaan het antieke theater zou kunnenaandoen stop ik de banaan weg. Ook mijn reisgenote die bij het foto’s maken nethaar hoofd voorbij het gespannen draadje houdt wordt direct bestraffendtoegesproken. Zonder meer te eten lopen we verder. Om de hoek achter de muureet ik met smaak mijn banaan op.

Op weg naar het volgende theater verwonderen we onsover de loslopende schildpad die ons pad, uitermate langzaam, kruist. Na meertrappen en nog een amphitheater komen we bovenop de berg. Ik wacht even af hoeeen complete Griekse familie op de foto wordt gezet voor een stel zuilen enloop door de poort naar binnen. De omvang van het Parthenon is enorm. De omvangvan het aantal toeristen valt me mee, die van de bouwvakkers is des te groter.Nieuwe blokken marmer worden bovenop de eeuwenoude tempel getakeld. Het lijkteen hele klus. Zelfs met de apparatuur die de bouwvakkers tot hun beschikkinghebben. Hoe zijn de oorspronkelijke blokken marmer daar ooit gekomen?

Ik loop verder naar het Erechteion en zit op het bankjeterwijl mijn reisgenote foto’s maakt van de tempel. Zonder erbij na te denkenpak ik het bloemvormige brood dat we vanmorgen bij de bakker hebben gehaald enbreek er een stukje af. Nog voor ik een hap heb kunnen nemen hoor ik wederombestraffend ‘no eating’. Aangezien de suppoost op drie meter afstand zit stopik mijn broodje maar weer terug in mijn tas.

Naast de majestueuze bouwwerken is ook het uitzichtadembenemend. Ik loop een stukje verder en klim op een muurtje dat er net zooud uitziet als de tempels en als omheining voor het hele terrein gediendheeft. Met een schuin oog  naar de tweedichtstbijzijnde hokjes waar de suppoosten zich in ophouden zet ik mijn voet ophet marmeren blok en houd even in. Wat? Geen protest? Mag ik echt op ditmuurtje zitten? Aangenaam verrast neem ik plaats en geniet van het uitzicht.Schitterend. De stad ligt er prachtig bij in het stralende weer.

Gezien de afstand tot de suppoosten denk ik dat ik degok wel kan wagen en vis mijn broodje weer uit mijn tas. Immers, hoeveel schadekan mijn bolletje met sesamzaadjes een muur van 2,5 millennium oud nu helemaalaandoen? Om iets meer uit het zicht van de suppoosten te gaan zitten draai ikme om en zwaai mijn benen naar de overzijde van de muur, zodat mijnclandestiene eetgedrag wat minder in het oog loopt. Ik neem een hap van het lekkereverse brood. En nog een hap. Prrrt. PRRRT. Eén van de suppoosten begint verwoedop haar fluitje te blazen en te gebaren dat mijn reisgenote en ik van hetmuurtje moeten komen. Gehoorzaam staan we op en gaan we verder. Lunchen op deAkropolis valt niet mee.

22 February 2010
By on 20:55
Reserveband en rokje

Ik zie dat het druk is wanneer ik de parkeerplaats van de supermarkt oploop. Alle parkeerplaatsen zijn bezet en er lopen mensen met kinderen en winkelwagens. In een rustiger hoekje van dezelfde parkeerplaats staat mijn trots. Mijn Mazda met verschillende kleuren rood en – al dan niet trekhaakvormige – deukjes.

Vertwijfeld kijk ik naar de rechter achterband. Zou ik dit echt kunnen? Ik voel mijn ANWB-pasje branden in mijn zak. Nee. Ik ga het zelf doen. He-le-maal zelf. Resoluut trek ik de kofferbak van mijn rode brik open en licht ik de vloer omhoog. Met mijn stoere tool schroef ik de reserveband los van de autovloer en til ik hem uit de auto. Met dezelfde tool draai ik de bouten van het achterwiel een kwartslag los. Precies zoals mijn telefonische instructie het me had opgedragen.

Weer een graai in mijn kofferbak. Het langwerpige doosje is een trouwe reisgenoot. Bij elke scherpe bocht laat hij met een triomfantelijk ‘bonk’ horen dat hij ook mee is. Ik ontdoe de doos van zijn plasticje en luttele seconden later sta ik voor het eerst in mijn leven met een heuse krik in mijn handen. Met interesse bestudeer ik wat er gebeurt als ik aan de hendel draai. Dit oogt heel begrijpelijk. Ook voor mij.

Hm. Maar wat nu? Op mijn knieën (hopend dat mijn panty de ruwe stenen van de parkeerplaats overleeft) lig ik onder de auto te kijken. Waar moet je zo’n krik eigenlijk neerzetten? Diverse mensen hadden reeds dreigende verhalen verteld wat er allemaal mis kon gaan. Weer hoor ik mijn ANWB-pasje roepen…

Tijd voor een telefonische hulplijn. Ik bel een vriendin die verstand van auto’s heeft. Ze weet hoe ze een auto uit elkaar moet halen en weer werkzaam in elkaar kan zetten, dus ze weet ongetwijfeld ook hoe een krik werkt. Stellig verbood ze me de ANWB te bellen en deed mij wat bruikbare adviezen aan de hand.

Niet lang daarna zweeft de achterkant van de auto boven de grond en kan ik de lekke band vervangen door het spiksplinternieuwe reservewiel. Pas tegen de tijd dat ik met mijn complete gewicht aan de tool hangend bezig ben de bouten weer vast te draaien informeert iemand geïnteresseerd of het luk. Overigens blijkt de betreffende meneer nóg minder ervaring in het vervangen van het wiel te hebben dan ik, aangezien hij dat nog nooit gedaan heeft en ik al op bijna één keer zit. Terwijl ik de laatste hand aan het vastdraaien van de bouten leg stapt hij dus met zijn kinderen in zijn gezinswagen en verlaat de parkeerplaats.

De oude band kiep ik in mijn kofferbak. De krik en de stoere tool gooi ik ook achterin. Ik trek mijn rokje recht en verlaat weer een levenservaring rijker de parkeerplaats.

4 December 2009
By on 12:54
Oud papier

Ik trek mijn kastdeur open en baan me een weg om in de grote opbergruimte onder het schuine dak te komen. Eerst de wasmand en het wasrek aan de kant, zodat ik net langs de stofzuiger kan kruipen. Achterin de kast liggen veel spullen. Heel veel spullen. De meeste van deze spullen gebruik ik ook nog eens zelden. Wanneer ik zaken zoals een slaapzak, een dienblad en ongebruikte gordijnen aan de kant schuif bereik ik waar ik naar op zoek ben. Een hele rij stoffige tijdscriftencasettes, flink vol met papieren, bundels en mapjes.

Ik sjouw de mappen mijn kamer in en ga er eens voor zitten. In de mappen zitten alle aantekeningen, artikelen, readers en verslagen die ik gedurende mijn studie bewaard heb. Wat een nostalgie! Vakken die ik ooit gevolgd heb, presentaties die ik gehouden heb, een verslag waarvan ik het bestaan alweer bijna vergeten was. Best aandoenlijk eigenlijk wat voor verslagen ik produceerde als tweedejaars studente. Het betreffende verslag was in het kader van leren wetenschappelijk rapporteren. Ik herinner me hoe moeilijk en hoeveel werk ik dat verslag vond. En dat voor een verslag van nog geen 15 pagina’s. Ondertussen zijn we vier jaar en een scriptie verder. Een eindelijk afgeronde en goedgekeurde scriptie welteverstaan. Waarschijnlijk kijk ik als ik weer vier jaar verder ben net zo hoofdschuddend terug op die scriptie, in ieder geval zal ik me het hoofd schudden over hoe druk ik me erover gemaakt heb.

Afstuderen_004

Ik werp een kritische blik op de berg aantekeningen en readers. Al met al blijkt de stapel een hoogte van ongeveer een meter te hebben. Zou ik daar ooit nog wat mee doen? Gezien de grote hoeveelheid stof en dode spinnen die ertussen zitten worden de papier niet regelmatig geraadpleegd. Een paar verslagen bewaar ik, de rest zal ik, Trijntje, Master of Science, in etappes naar het oud papier brengen.

6 December 2008
By on 12:47
Forens

Om vijf over half 8 ‘s ochtends trek ik gehaast de deur achter me dicht. Met mijn nrc.next onder de arm en tas op de rug maak ik snel het slot van mijn fiets los en rijd de steeg naast mijn huis uit. In tegenstelling tot het fietspad aan de overzijde van de weg, waar vrijwel niemand fietst, is het op het fietspad aan mijn kant van de straat de behoorlijk druk. Ook ik voeg me in het verkeer dat richting de stad fietst. Ik fiets achter een man die er een merkwaardig fietstechniek op na houdt. Het lijkt er nog het meest op dat hij een soort aerobics op de fiets doet. Maar goed, dat heb ik de betreffende man, mij verder onbekend, al vaker zien doen, dus ik kijk er niet meer van op. Bij het stoplicht moet ik wachten. Zodra het licht op groen springt stap ik weer op mijn fiets en race weer verder richting het station. Vanaf de andere kant komt een meisje in een bodywarmer aanlopen. Natuurlijk, want zij loopt daar elke dag. Net als de man een paar honderd meter verderop met zijn aktentas die ik ter hoogte van het viaduct passeer.

Terwijl ik bij het station aankom kijk ik of de trein van 7.44 er nog staat, mijn referentiepunt aan de hand waarvan ik bepaal of ik laat of vroeg ben. Hij staat er nog. Mooi, ik hoef me niet te haasten. Tot aan mijn enkels in de herfstblaadjes zet ik mijn fiets met het kettingslot vast aan de fietsenrekken om vervolgens via de loopbrug het station op te lopen. Wanneer ik de trap afdaal kijk ik al naar de bovenverdieping van de dubbeldekkertrein naar Zwolle. Ik zoek, totdat achter één van de ramen een meisje te zwaaien. Een vriendin van me, we zwaaien iedere ochtend even. Ik zwaai terug en loop ondertussen verder.

Ik meng me in de stroom mensen die op weg is naar de trein die ik ook moet nemen. Daar loopt een kennis, als altijd met haar zwarte schoudertas. Ze ziet me niet, maar ik zal haar op het station van aankomst wel even begroeten. Meestal zitten we niet in dezelfde wagon, behalve op woensdag. Ik stap de trein in achter de mevrouw met de krullen en het opvallende brilmontuur die af en toe heel uitgebreid haar make-up nog doet in de trein. Ze gaat links van het gangpad zitten, zoals iedere morgen, schuin tegenover de meneer met het iets te lange grijze haar in zijn lange, beige jas. Verderop zit de meneer met de lange baard met bijpassend lang haar en de laptop. Zoals altijd draagt hij een mouwloos zwart shirt bij een zwarte broek. Weet hij niet dat het nu toch echt winter wordt? Ik zoek een plekje. Alle raamplekjes zijn al bezet, zoals iedere dag, maar aan de gangpadkant is nog plek. Rustig ga ik zitten, mijn nrc.next erbij, om 35 minuten later nèt mijn bus te halen of te missen, want dat wisselt per dag. Iedere dag is immers uniek.

2 November 2008
By on 14:54
6437 meter

‘Dames en heren, het volgende station is station Groningen. Dit is tevens het eindstation van deze trein. Wij verzoeken u vriendelijk deze trein te verlaten. Denkt u hierbij aan uw bagage’. Ik zwaai mijn rugzak over mijn schouder. Terwijl we het station oprijden zie ik veel mensen op het viaduct staan. Een moment vraag ik me af: waarom is het daar zo druk? Dan schiet het me te binnen. Natuurlijk, de Vier Mijl van Groningen wordt vandaag gelopen.

Met in elke hand een bloemetjestas verlaat ik de trein die ondertussen bij het perron tot stilstand is gekomen. Terwijl ik de trap op loop om het station te kunnen verlaten en mijn fiets weer in de massa op te zoeken constateer ik dat het wel eens gecompliceerd kan worden om mijn huis te bereiken. Alle 17.000 deelnemers van de Vier Mijl passeren de straat die ik moet overteken om mijn huis te kunnen bereiken. Gezien grote hoeveelheid publiek, de nog grotere hoeveelheid hardlopers en de belemmerende dranghekken met verkeersregelaars en politie is domweg naar de overkant van de weg lopen geen optie.

Bij de tijd dat ik mijn ene bloemetjestas achterop mijn fiets bevestigd heb met de snelbinders, de tweede bloemetjestas aan het stuur heb gehangen en de beide sloten van mijn fiets heb losgemaakt ontbreekt nog steeds een plan van aanpak. Aarzelend loop ik in de richtin van de straat. Het viaduct lijkt te dichtbevolkt om met een fiets bepakt met tassen te kunnen passeren. Toch maar proberen. Terwijl een meneer bedenkelijk toekijkt, maar geen vinger uitsteekt om te helpen (wat natuurlijk mijn eer te na zou zijn, want ik wil vanzelfsprekend de stoere onafhankelijke vrouw uithangen), duw ik enigszins moeizaam mijn fiets met tassen via het gootje naast de trap het viaduct op. Boven gekomen neem ik de situatie in me op. De drukte viel mee en betrekkelijk eenvoudig kon ik naar de overzijde van het spoor komen om er vervolgens onderdoor te rijden – via een omweg – op weg naar huis.

4_mijl_001

Thuisgekomen kijk ik vanuit het raam aan de voorzijde van het huis naar het schouwspel. Wat een kleurrijke massa. De meeste lopers zijn in sportkleding, al zijn er ook sportievelingen in een oud-Hollands kostuum. Muzikanten met trommels en blaasinstrumenten verhogen de sfeer. Het publiek – al dan niet met spandoeken – moedigt het de lopers aan. Toeschouwers applaudiseren en roepen. De laatste loopster wordt door iedereen luid toegejuicht. Met de politiewagen en een open bus met een sfeerorkest op de hielen rent ze onder de klanken van ‘Het land van Maas en Waal’, tamelijk ontspannen verder in de richting van de finish.

Een half uur later ontbreekt van drukte en activiteit van zoëven ieder spoor. De dranghekken zijn efficiënt verwijderd, gemotoriseerd verkeer rijdt weer en het net nog volop aanwezige publiek is met de noorderzon vertrokken. Volgend jaar zijn ze er vast allemaal weer bij.

12 October 2008
By on 15:04